.:Krankzinnig:

Ben je vergeten waarom je hier bent, Rick? Weet je het werkelijk niet meer? Ben je haar vergeten?Weet je nog wie ze was? Wat ze met haar hebben gedaan? Kun je dat zomaar vergeten, Rick?
De stemmen waren er weer.
Eentonige, fluisterende stemmen vanuit het diepste van zijn ziel. De zwarte kant van zijn ziel die een geheel eigen leven leidde nu. Daar kwamen de dromen ook vandaan. De duistere beelden vol bloed, met de Dood als hoofdrolspeler.
Rick legde zijn handen tegen zijn oren om niet meer te hoeven luisteren. Maar de stemmen kwamen van binnen en galmden door zijn hoofd. Hij kreunde gepijnigd, sloeg met zijn vuisten tegen de bakstenen muur tot zijn knokkels bloedden en zijn vingers gevoelloos waren.
‘Laat me met rust!’ Een wanhopige kreet waaraan niemand gehoor gaf.
Weet je het al weer, Rick? Lisa… Lisa… Lisa…
De naam brandde op zijn lippen, voelde als duizenden messteken in zijn borst.
‘Laat me met rust,’ fluisterde hij opnieuw. Hij zakte neer op grond.
Ga ze halen, Rick. Zoek ze en breng ze hier. Allemaal…

Ik wist dat ik gek zou worden. Vroeg of laat drijft het je tot waanzin, of je wilt of niet. Vechten is nutteloos, op den duur zul je opgeven en dan is er geen weg meer terug.
Het is nu twee maanden, drie weken, zes dagen en veertien uur geleden dat ik gek werd. De minuten weet ik niet exact meer. Krankzinnige mensen hebben andere prioriteiten.
Zoals het op afstand houden van psychiaters en verplegers met medicijnen die je proberen af te sluiten van de buitenwereld.
Dat hebben ze een keer geprobeerd, me afsluiten van alles. Met hun kalmerende middelen zorgden ze er voor dat ik volledig van de wereld raakte. Begrijpen ze niet dat het in mijn hoofd nog erger is als daarbuiten? Nu mijn godin weg is, is het paradijs in mijn hoofd veranderd in een afschuwelijke hel waar ik niet graag verblijf.
Heel af en toe komt ze nog tot me, mijn godin. Maar alleen als ik helder van geest ben. Als ik een tijdlang niet heb gegeten of geslapen. Meestal kan ik haar nog enkele seconden zien voor ze komen om me te drogeren en proberen me te laten eten.
‘U weet niet meer waarom u die mensen hebt vermoord?’
Tegenover mij zit een man. Hij draagt een driedelig pak en een bril. Zijn gezicht is getekend met diepe rimpels die versterkt worden als hij me fronsend aankijkt. Dit is mijn advocaat.
‘Ik weet precies waarom ik die mensen heb vermoord,’ zeg ik. Mijn stem klinkt niet meer als de mijne. Het is alsof er iemand anders door mijn mond praat en ik laat het gebeuren. Ik ben immers gek.
De advocaat kijkt me aan alsof hij het niet begrijpt. En wie kan hem dat kwalijk nemen? Ik begrijp het zelf nauwelijks. Hoe ik een drietal grote kerels zo meedogenloos af heb kunnen slachten.
Zo stond het in de krant althans. Man slacht op meedogenloze wijze drie mannen af. Wie had dat gedacht? Dat ik daartoe in staat zou zijn. Ik kan me er niets van herinneren. Niet van de daad zelf, noch van het moment dat ze me er voor arresteerden.
Ik herinner me alleen nog de dag dat mijn godin van me werd afgenomen. En de dag dat ik gek werd. Alle andere dingen zijn uit mijn geheugen gewist, alsof iemand de harde schijf heeft geformatteerd.
‘U weet niet wanneer en hoe u het heeft gedaan, maar u weet wel waarom? Begrijp ik het zo goed?’
Mijn advocaat is een grappig mannetje. Ik lach om de manier waarop hij met zijn woorden en gedachten worstelt. Het is een uitermate komisch gezicht. Ik knik, om zijn woorden te beamen en om hem nog wat meer te laten zweten. Hij begrijpt het niet. Als hij me nu gewoon vraagt waarom in plaats van hoe.
Het duurt enige tijd voor hij het door heeft. ‘Wáárom heeft u het dan gedaan?’ vraagt hij me.
Ik hoor de stem antwoorden: ‘Om wat ze met Lisa hebben gedaan.’
Het hoge woord is er uit. Niet de reden, niet het waarom, maar de naam.
Lisa
.
Als honing op mijn lippen, zo zoet. Zo vol geluk.
Ik herhaal de naam een paar maal. ‘Lisa. Lisa. Lisa’
En nu weet ik, het is zover. Ik mag nu gaan, ze zullen me nu met rust laten.
Heerlijk laat ik me wegzakken in mijn krankzinnigheid. Ik zal niet meer slapen, ik zal niet meer eten. Tot ik helder van geest ben en mijn godin tot me komt. Tot Lisa me komt halen en we samen kunnen zijn.

Volledig ingestort. Niet meer te helpen. Zelfs als ze hem niet levenslang geven, zal hij hier nooit meer wegkomen.
De stemmen waren er weer. Ditmaal echter geen stemmen die van binnen kwamen, maar vanachter een dikke muur van ondoordringbare mist.
Rick legde zijn handen tegen zijn oren om ze niet meer te hoeven horen.
‘Ga weg,’ fluisterde hij.

25 maart 2007

 
 

Syrdin.com

  • Home

  • About

  • Portfolio

  • Terms of Use

  • F.A.Q.

 

Words

  • Poems

  • Short Tales

  • Stories

 

Design

  • Lay-outs

  • Textures

  • Brushes

  • Wallpapers

  • Icons

  • Masks

 

Art

  • Photos

  • Graphics

 

External

  • Link Partners

  • Resources

 
.: Syrdin.com  - 2008 / 2009  - All Rights Reserved :.