Please, I
beg of you
Let me keep my last breath
Don’t take my life away
I’d be so grateful, sweet Death
I’ll spare your life if you wish
I’ll answer to your prayer
There is one thing that I request
An agreement seems only fair
Anything that you ask of me
What I can do to keep your bless
If you’d only spare my life
I’ll give everything I possess
There is only one thing I crave
A thing I witnessed from above
All I want you to do for me
Is to show me how to love
‘Hou je van mij?’ vroeg zij met
een stem die klonk als het gezang van engelen. Er speelde een glimlach
om haar sensuele lippen en hij zag haar gezicht dat zich voor hem opende,
stralend als de eerste zonneschijn na een stormachtige nacht. Zo vol van
zoete beloftes dat de Dood heel even dacht te kunnen voelen als een echt
menselijk wezen.
Terwijl hij verdronk in haar azuurblauwe ogen welden de vragen opnieuw
in hem op.
Zou zij hem wreed achten als hij haar zijn liefde betuigde en haar zijn
ware uiterlijk toonde? Zou haar verlangen naar hem sterker zijn dan de
angst voor wat hij werkelijk was?
De eerste keer dat hij haar had gezien lag zij op haar sterfbed. Achter
de ingevallen wangen en het magere lichaam had hij in haar ogen een
levendigheid kunnen ontwaren die hem trof als de bliksem.
Mooie Anna. Zo jong. Zo puur en ongeschonden. Als de laatste engel die
wachtte om opnieuw tot leven gewekt te worden. Haar schoonheid betoverde
hem zo dat hij een tijd aan haar voeteneind bleef staan. Haar zwakke
stem weerklonk in zijn hoofd en hij hoorde hoe zij hem smeekte haar niet
te laten sterven. De betovering die zij teweegbracht liet iets in hem
los, een affectie die hij dikwijls op afstand had aanschouwd bij de
mensen, maar nooit eerder zelf had gevoeld. Zij had hem geďntrigeerd met
haar sterfelijkheid en onschuld en hij was bij haar gebleven, om te
leren wat liefhebben is, zoals zij hem had beloofd.
‘Heb ik je mijn liefde niet laten blijken, lieve Anna?’ vroeg hij, zijn
stem ferm, maar doordrongen van de sluimerende vrees voor haar antwoord.
Vanuit zijn ooghoek zag hij hoe ze haar hand hief om zijn wang aan te
raken. Ergens ver weg, alsof zij mijlenver van hem was verwijderd,
voelde hij die aanraking op het kostuum van menselijk vlees dat zijn
kern bedekte. Hij sloot zijn ogen en probeerde zich voor te stellen hoe
haar aanraking werkelijk zou voelen, zonder alle barričres en zonder de
illusies die hij had opgeworpen.
Hij wenste dat hij haar werkelijk kon voelen toen zijn handen haar
stevig omhelsden. Voor het eerst in zijn eeuwigdurende bestaan benijdde
hij de mens en zijn gevoelens. Daar op dat moment leken zij zoveel
rijker dan hij ooit zou zijn.
‘Jawel,’ sprak zij bedeesd. Ze ontweek zijn blik een luttele seconde,
vlak voor haar ogen zich met de zijne samensmolten en hij opnieuw
hopeloos aan haar werd overgeleverd.
Hij glimlachte. ‘Vertel me wat er is.’
Ze zuchtte en maakte zich los van zijn omhelzing en blik. De
vertwijfeling waarmee zij zich van hem verwijderde, verwondde zijn geest
en hij was volledig van zijn stuk gebracht door haar emoties. Zag hij
tranen in haar ogen? Waarom was zij zo verdrietig? Hij begreep het niet.
Had hij niet hemel en aarde bewogen om haar gelukkig te maken?
‘Ik mag je hier niet mee lastigvallen,’ zei de wonderschone Anna.
‘Wat is er?’ vroeg hij opnieuw. Hij zette een stap in haar richting.
Meer dan ooit werd hij zich er van bewust dat hij de emoties van mensen
nooit zou kunnen begrijpen. Na alles dat hij had ondernomen om aan haar
wensen gehoor te geven was zij nog altijd ongelukkig. Waarom? Wat moest
hij doen om haar zijn liefde te bewijzen?
Anna wierp zich in zijn armen. ‘Ik wens slechts macht.’ Haar stem klonk
gesmoord tegen de borst van zijn kostuum. ‘Als je mij tot jouw koningin
zou maken en mij toeliet samen met jou het dodenrijk te regeren, dan zou
ik oprecht gelukkig zijn.’
Hij voelde de woorden die zijn gehele wezen perforeerden, een intens
gevoel dat hij niet anders kon beschrijven als pijn. Overweldigend en zo
groots dat hij wankelde en wilde schreeuwen om verlossing. Plotseling
was er de drang om zich te ontdoen van zijn menselijk lichaam, alsof de
dode huid zich in een verzengende hitte aan hem vast smolt.
‘Nee,’ fluisterde hij. ‘Dat kun je niet van mij vragen.’ Hij hoorde het
beven van zijn stem, de plotselinge angst die zo intens aanwezig leek
dat hij op zijn knieën zeeg.
‘Als je me dit weigert kun je niet van me houden,’ zei Anna. Ze keek op
hem neer zonder emoties en hij probeerde het te begrijpen. Waarom vroeg
zij het onmogelijke van hem?
‘Nee, Anna. Vraag dit niet van mij. Je weet dat dit buiten mijn macht
ligt.’
‘Je houdt niet van me,’ zei ze en haar woorden leken wreder dan zijn
daden ooit waren geweest. Waarom deed ze dit? Was dit liefde? Was dit
waarnaar hij zo innig had verlangd? De pijn die hij voelde, de angst om
haar te verliezen. Dit had hij niet gewenst. Zijn liefste, zijn mooie
Anna die hem had geleerd om lief te hebben, brak nu zijn hart.
‘Je hoeft me niets wijs te maken. De Dood is tot alles in staat. Jouw
macht is oneindig.’
Hij schudde wanhopig zijn hoofd. ‘Mijn krachten zijn oneindig, dat is
zeker waar. Maar ik ben gebonden aan de grenzen van jullie realiteit.’
‘Je bent laf,’ siste Anna. ‘Bang om me te geven wat ik verlang. Je
wenste zo graag te voelen wat liefde is. Wel, liefde bestaat uit geven,
mijn lieve Dood.’
‘Nee,’ zei hij en schudde zijn hoofd. ‘Ik heb je alles gegeven dat in
mijn macht ligt.’
Haar woorden reten hem aan stukken en De Dood begreep nu wat er gebeurde.
Alle menselijke gevoelens die hij ooit had gewenst behoorden hem nu toe.
Liefde, angst, pijn.
Plotseling werd zijn stem krachtig. Zijn wezen leek zich te branden aan
de hitte die ontstak diep in hem. Vuriger dan de kern van de aarde,
groter dan de oneindigheid van het heelal en hij wist dat wat hij voelde
woede was.
‘Toen je smeekte niet te hoeven sterven, liep ik toen niet voorbij aan
je sterfbed? Tijdens het vallen van de nacht en je vroeg om gezelschap,
kwam ik toen niet tot je? Toen je vader je wilde bezitten, verloste ik
je toen niet voor altijd van zijn toorn? Heb ik niet met eindeloos
geduld aan je wensen voldaan, lieve Anna? Alles wat je wilde, alles dat
je verlangde van mij heb ik je geschonken.’
Anna’s ogen waren bloeddoorlopen. Zij schudde met haar hoofd alsof zij
de waarheid niet wilde horen. ‘Je bent wreed,’ zei ze. Haar stem trilde
en haar gezicht was betraand, al was elke traan op haar blozende wangen
als een druppel water. Zonder waarheid, gedoopt in leugens.
‘Ik verander de krachten van het heelal voor niemand.’ Bedeesd deed hij
een stap achteruit. Het was tijd.
De donder kwam dichterbij dan ooit die nacht en het regende bloed.
Terwijl de hemel spleet en alle grenzen tussen de dimensies vervaagden,
werd die nacht slechts één leven genomen. Zoals de mooie Anna ooit was,
herinnerde niemand zich haar meer. Iedereen sprak slechts over het
naďeve meisje dat probeerde de Dood te misleiden en daarom op gruwelijke
wijze stierf.
I did what you asked of me
I spared your life as we agreed
The tables turned, so I see
It is now my heart that bleeds
I wished only to experience love
You taught me otherwise instead
Of all the things I wanted most
Your betrayal became my death